Kort daarop gingen onder zijn leiding nog enkele leden van de Werkgroep een kijkje nemen. Gelukkig lag het voorwerp er ondanks de schurende werking van de eb- en vloedstroom  nog bij als bij de eerste ontdekking. Het leek op een lange, smalle kist, die duidelijk was gesitueerd in een speciaal daarvoor gegraven gat. Dat de ene korte kant breder leek dan de andere versterkte de indruk dat het wel eens om een doodskist kon gaan. Omdat de “kist” gevuld was met klei kon niet worden waargenomen of de mogelijke “eigenaar” nog aanwezig was of al in een eerder stadium de benen had genomen, d.w.z. er uit was gespoeld. Dat zou best kunnen, want in deze omgeving worden op het strand regelmatig  menselijke ( en dierlijke ) resten gevonden.  De orientatie was zuidwest-noordoost. Uiteraard werd er niet in of rond het object gegraven, maar werden wel de nodige foto’s gemaakt.

Diezelfde dag nog werd dhr. Hans Jongepier ( SCEZ ) op de hoogte gebracht van de vondst en de ideeen daarover. Nadat aan de nodige formaliteiten was voldaan kwam die begin november een kijkje nemen. De ”kist” bleek 1.75 m lang te zijn en had  korte zijden van 34 cm en 24 cm.

Een raadselachtige vondst in Saeftinghe

Begin oktober 2015 ontdekte Jenny Buise-Rogiers tijdens een tochtje met de gids Marc Buise (tevens plaatselijk vrijwilliger ( P.V.-er ) van de Werkgroep) in de modder van Saeftinghe een intrigerend object.

Het hout van de zijwanden was ongeveer 2 cm dik, volledig vergaan en viel bij de minste aanraking uiteen. En van een bodem was nog maar weinig te bespeuren. Wel leek het alsof er een laagje houtskool in lag. Van een skelet of resten daarvan werd geen spoor gevonden. Ook aardewerk of metaal werd niet aangetroffen. Al met al leverde het onderzoek dus meer vragen dan antwoorden op. Hopelijk mogen de meegenomen hout- en houtskoolresten onderzocht worden zodat we in elk geval de ouderdom van het voorwerp te weten kunnen komen. Op 30 december  is de “kist” uitgemeten door Henk Massink van de HZ Vlissingen:  het “hoofdeinde”lag op NAP -0,414, ruim drie meter onder de huidige gemiddelde hoogwaterlijn.


Mark Zwartelé,

Werkgroep Archeologie Hulst

Bij de foto’s:

1. Vreemd object in de modder.

2. Hans Jongepier (SCEZ) graaft het voorwerp bloot.

3. Nog even iets verder graven.

4. Het eindresultaat.