Workshop “Krassen & Co”

Tijdens de opgraving kan een voorwerp geraakt worden door de spade van een onvoorzichtige graver of vermorzeld worden door de kraan van een onoplettende machinist. Dit levert onherroepelijk verse breuken op die goed te onderscheiden zijn van de oude uit de wegwerpfase.  Plakbandresten wijzen op “restauratie” en aangebrachte nummers op opslag in een collectie. En zo zijn er nog tal van aanwijzingen meer die iets verraden over dat wat het voorwerp in de loop der eeuwen heeft meegemaakt.

Na deze uitleg, aangevuld met duidelijke voorbeelden op het projectiescherm, volgde een uurtje “zelf doen”. Een aanzienlijk aantal door Yvonne en Dana meegebrachte vondsten kwam op tafel en men kon individueel of groepsgewijs  op zoek gaan naar sporen uit het vroegere leven van het aardewerk en proberen die te interpreteren . Ook dit deel van de middag verliep geanimeerd en toen “de les” er gezien het verstrijken van de tijd op zat was men unaniem  van mening dat de Workshop onze kijk op gebruikt aardewerk aanzienlijk verruimd had.


Mark Zwartelé,

Werkgroep Archeologie Hulst

In 2015 gaf archeologe Yvonne de Rue van het “Center for Artefact Research vzw” in de vergader/werkplaats van de “Werkgroep Archeologie Hulst”  een boeiende en leerzame verhandeling over de vele typen (post) middeleeuws aardewerk die er zijn, de productiewijzen, de plaatsen van herkomst en hun functies in het dagelijks leven van onze voorouders.

De reacties hierop waren dusdanig positief dat op 2 maart jl. de Workshop “Krassen & Co” volgde.

Behalve de leden van de WAH waren enkele bestuursleden van de Oudheidkundige Kring “De Vier Ambachten” en een aantal AWN-ers aanwezig. Ook deze keer werd Yvonne geassisteerd door collega Dana uit Mechelen.


Het ging nu  vooral over het herkennen en interpreteren van sporen die iets vertellen over het gebruik en de levensloop van het gevonden of opgegraven stuk aardewerk. Daarbij kan het gaan om zaken die iets verraden over de productiefase,  de gebruiksfase of de wegwerpfase. Maar ook het terugvinden bij een opgraving, een eventuele restauratie en de expositie in een museum kunnen sporen achterlaten.

Uit de productiefase zijn b.v. misbaksels, aangebakken fragmenten en proensporen overbekend.

1. Proensporen (tijdens het bakken)

2. Krassen (roeren)

3. Gebroken (gebruik)

4. Gelijmd (onlangs)

Het gebruiken van het voorwerp  zorgt voor slijtage aan de bovenranden en aan pootjes, standvinnen en standringen. Lepels en messen laten  krassen  op de bodem achter. Oververhitting  in het haardvuur kan barsten en verkleuringen veroorzaken. Zelfs roetsporen en aangebakken etensresten kunnen na eeuwen verblijf in de bodem nog op het voorwerp aangetroffen worden. Een pis- of kamerpot verraadt zijn functie door de urineaanslag aan de binnenzijde. De doorboring van een bordrand kan wijzen op ophanging “voor de sier”.

Maar vroeg of laat wordt een voorwerp afgedankt en volgt de wegwerpfase. Die levert dan weer verwering in de buitenlucht, verkleuringen door bodemzuren, het barsten of afschilferen van het glazuur of eventuele beerputaanslag op.  Ook hergebruik is mogelijk en herkenbaar. Zo kan een grape dienst gaan doen als aspot bij de haard en wordt dus  aan de binnenzijde zwart. Een afgedankte pot kan in de kelder gebruikt worden als schrobputje of in de kerkmuur als klankversterker. En dit zorgt dan weer voor kalkmortelresten aan de buitenkant. Zelfs het terugvinden kan sporen nalaten.

1. Roetaanslag  (open vuur)

2. Pootje afgebroken (gebruik)

3. Gebroken (gebruik)

4. Gelijmd (onlangs)

1. Glazuurspetters (vóór of tijdens het bakken)

2. Vingerafdrukken op de pootjes (geknepen)

3. Slijtsporen aan de pootjes (gebruik)

4. Gebroken (gebruik)

5. Gelijmd (onlangs)

6. Genummerd