Tin uit de oude Bierkaai (deel 2)

Toen ik dit bordje voor het eerst zag wist ik direct dat het speciaal was.

Aanvankelijk dacht ik dat het een dobbelier was, maar na opmeting bleek het daarvoor iets te groot te zijn. Een bord met deze vorm wordt gewoonlijk een Kardinaalsschotel genoemd omdat hij lijkt op de omgekeerde hoed van een Kardinaal. Deze naam werd in de 19de eeuw uitgevonden voor alle borden met een brede rand. In Nederland moet de breedte van de boord ongeveer 1 vierde bedragen van de totale diameter.

Zuidelijker ( België, Frankrijk ) is het meestal 1 vijfde van de diameter. Verbazend is het merkteken op het bord : een gekroonde Tudorroos zonder gieter initialen! Het was zeker niet de regel in de eerste helft van de 17de eeuw ( want ik vermoed dat het bord uit deze periode stamt ) om zonder initialen te merken. Het was namelijk verplicht om zo te merken dat de gieter altijd geïdentificeerd kon worden. Dat dit niet altijd gebeurde, blijkt uit een bewaarde tekst uit 1611 van de stad Maastricht waarin de magistraat schreef dat er ‘ desneyettemin veelderhande tinnewerck bevonden word in dese stadt gemaect, als potdeckselen, lepelen, schoetelen, ende andere stucken, daarop vreemdte teijkenen geslaegen sijn, alsoe dat den cuermeysteren nyet moegelyck is te weeten wie dat tselve gemaect mach hebben. ‘ Deze tekst laat aan duidelijkheid niets te wensen over.

Meestal denkt men bij het aantreffen van een roosmerk aan een 17de eeuws voorwerp of jonger. Dat is echter niet altijd het geval, het roosmerk vindt zijn oorsprong in het wapen van het toenmalige Engelse Koninghuis, de Tudors (1485-1603) die een roos in hun wapenschild voerden.

Via Antwerpen is het roosmerk in de Nederlanden ingevoerd. Dit gebeurde al in het begin van de 16de eeuw. In 1527 werd het toegelaten in Mechelen, in 1542 volgde Gent. Het is ook bekend dat het roosmerk in 1544 in Maastricht werd toegelaten, in de stad Middelburg gebeurde dit in 1548, later volgden de noordelijke Nederlanden.


Mogelijk is het bordje uit de oude Bierkaai gemaakt tijdens de 80- jarige oorlog (1568-1648).

Rond die tijd was er een toestand van malaise in het ambacht van de tinnegieters. Het was de taak van het ambachtsgilde om de kwaliteit te bewaken. In de eerste plaats dienden de leden beschermd te worden, zowel tegen onderlinge concurrentie als tegen concurrentie van buitenaf.

Er werden dus kwaliteitseisen gesteld om de consument te beschermen. Borden, bestek, kommen en andere voorwerpen die gebruikt werden om te eten moesten van de hoogste kwaliteit tin vervaardigd zijn. Het percentage lood was slecht voor de gezondheid en er waren andere minder schadelijke metalen voorhanden om toe te voegen.


De oorlog speelde een grote rol. Er was gebrek aan toezicht: knoeiers en lieden die het niet zo nauw namen met de regels kregen min of meer vrij spel: er werd tin gebruikt van mindere kwaliteit, dat gemerkt werd als hoogste kwaliteit, liefst zonder initialen en volledig merkloze stukken kwamen ook veelvuldig voor. Ondanks de woelige tijd werd er begin 17de eeuw zeer veel tinwerk vervaardigd.

Het bordje uit de oude Bierkaai (foto 1) heeft een diameter van 19 cm. De rand is 4 cm breed, een opvallend kenmerk is de welving of bolvormige verhoging ( umbo ) van het bodemvlak.

Oorspronkelijk was een umbo een ronde, al dan niet versierde knop, op een schild, waarmee men een flinke klap kon uitdelen. Het bord vertoont minimale sporen van goudpatina. We kunnen wel zeggen dat het anders gepatineerd is dan de opgegraven lepels uit de oude Bierkaai.

Dit kan het gevolg zijn van een andere kwaliteit tin dat gebruikt is, alsook van een andere grondlaag waar het in bewaard gebleven is.

Het merk is een gekroonde Tudorroos, zonder gieter initialen (foto 2).

De datering is zoals eerder gezegd, eerste helft van de 17de eeuw.

Dergelijke borden uit deze periode kom je vrijwel nooit tegen als overleving tin.

Als er iets aan mankeerde, werd het gewoonlijk hersmolten. Aangezien dit bordje een scheur vertoont is het een half mirakel dat het aan de smeltkroes ontsnapt is.

Er zij maar enkele vergelijkbare exemplaren bekend uit eerdere opgravingen, eentje is gevonden in overblijfselen van het door Floris V gebouwde kasteel ‘ De Nieuwendoorn ‘ bij Krabbendam. Er worden vondsten vermeld bij het v.m. Kasteel Valckensteyn, Amsterdam, de tol van Warmond en Reimerswaal.

Tot slot kunnen we stellen dat dit bord uit de oude Bierkaai een zeldzame en waardevolle vondst is.

Bij de foto's:

1. Tinnen bord (Bierkaai, Hulst).

2. Merkteken op het bord.

Freddy van Puymbrouck,

Werkgroep Archeologie Hulst