Op een wat sombere zaterdagochtend in februari stonden we met z 'n tienen aan de rand van een akker in Koewacht klaar om te beginnen met een zoektocht naar artefacten uit het laat-Paleolithicum of vroeg-Mesolithicum. Het perceel ligt net buiten de bebouwing van het dorp op de helling van een pleistocene zandrug zoals die er in het hele grensgebied tussen Belgisch - en Zeeuws-Vlaanderen veelvuldig voorkomen.

Het was de tweede keer dat we dat op deze plek gingen doen. De vorige "expeditie" had een klein jaar geleden plaats gevonden en toen was het zonnig, warm, droog en stoffig geweest. Maar net als die keer waren de zoekomstandigheden toch ook nu weer behoorlijk gunstig. Er was niet geploegd, er stonden alleen maisstoppels en er groeide betrekkelijk weinig onkruid dat het zicht op de bodem zou kunnen belemmeren.

Na een inleidend woordje van gemeenteambtenaar Frans Weemaes en een korte toelichting van archeoloog Marcel de Koning ( er waren immers een paar nieuwelingen bij de ploeg ) gingen we van start.

Al heel snel bleek dat de meesten van ons geen militaire opleiding hadden genoten, want van het verzoek om tijdens het zoeken ''op linie" te blijven kwam niet veel terecht. Wel bleef men dank zij de stoppelrijen keurig rechtdoor gaan en werd zo voorkomen dat men elkaar voor de voeten ging lopen en - wat erger zou zijn - men elkaar vondsten zou afsnoepen.

En er werd vanaf het begin opvallend veel gevonden. Al snel begon het veld bezaaid te raken met plastic zakjes, vastgeprikt met een stokje en daarin het op die plek gevonden stukje vuursteen. Na verloop van tijd raakten zelfs de meegebrachte stokjes op en moest overgeschakeld worden op het gebruik van de staartstukken van de vele vuurpijlen die tijdens de laatste jaarwisseling door omwonenden richting dit veld waren geschoten. Gelukkig voor ons was die viering blijkbaar nogal uitbundig verlopen zodat we voor de rest van ons onderzoek over genoeg van dit gratis materiaal konden beschikken. Toen zowat de helft van de akker was afgezocht begon Marcel, geholpen door enkele leden van de zoekploeg, de al gedane vondsten in te meten en op de kaart in te tekenen. De anderen gingen ondertussen onverdroten door met speuren naar vuursteen tot het hele perceel was afgewerkt. En tussen de bedrijven door kregen we van Machteld, een archeologe uit Gent, aan de hand van een grondboring uitleg over de opbouw van de bodem op ons perceel.

Ondertussen was het middaguur al geruime tijd gepasseerd en de honger begon te knagen. Na enig onderling overleg werd besloten te gaan eten in "Brasserie du Commerce" te Heikant, of zoals zij die met de plaatselijke situatie beter bekend waren, zeiden: bij Donja.

Toen we daar aankwamen bleek  Donja in korte tijd  nadat ze hierover door een van ons gebeld was voor een uitstekende broodmaaltijd te hebben gezorgd en die lieten we ons dan ook goed smaken. De altijd bijzonder enthousiaste Dicky kon er slechts met enige moeite van weerhouden worden alle modderige zakjes met vondsten tussen de koffiekopjes,  soepkommen,  mandjes met broodjes en  schalen met beleg te deponeren en ter plekke het gevondene uitvoerig te gaan bespreken. Maar uiteraard gingen de meeste gesprekken aan tafel uiteindelijk toch over onderwerpen van archeologische aard.

Toen we weer buiten stonden was het voor de meesten zo langzamerhand tijd geworden om huiswaarts te keren, maar op het veld lag nog een groot deel van het vondstmateriaal. Daarom gingen Fred, Eddy en Mark terug om die alsnog te verzamelen. Aangezien het begon te regenen werd het intekenen op de kaart een beetje problematisch, maar het gebruik van de GPS van Eddy  waarmee de coördinaten van elke vondst konden worden bepaald werkte enorm tijdbesparend. Na een uurtje waren de gegevens opgeslagen en de resterende vondsten geborgen.

De "buit" bedroeg bij deze zoekactie in totaal bijna het vierdubbele van de twintig artefacten van de vorige keer en daar waren we dan ook terecht blij mee en een beetje trots op.



Vuursteen te Koewacht

2

Bij de foto's:

 1. Uitleg voordat we beginnen met zoeken.

 2. Je moet goede ogen hebben.

 3. Proefboringen in de pleistocene zandlagen.

 4. De exacte lokatie op de Garmin GPSmap 60Cx.

 5, 6, 7. Enkele vondsten van die middag.

 8. Voor de derde keer zoeken.

 9. De vuursteen wordt in plastic zakjes opgehangen.

10. De buit van deze middag.

11. Een mooie schraper.

12. In alle rust worden de vondsten nogmaals bekeken.

13 en 14. Twee van de gevonden voorwerpen.

Nadat in april 2009 door archeologen van het bureau ArcheoMedia op een akker aan de Emmabaan te Koewacht vuurstenen artefacten waren aangetroffen, ondernamen wij op verzoek van de Gemeente Terneuzen in 2010, 2011 en 2012 vervolgonderzoeken. Deze bestonden uit het verzamelen en op kaart intekenen van nieuwe oppervlaktevondsten. Daardoor werd de concentratie van de vondsten in de zuidoosthoek van het onderzochte perceel steeds duidelijker. En dit betrof het hoogste punt van de hier aanwezige pleistocene dekzandrug.

Op woensdag 11 december jl. vond de vermoedelijk laatste "veldloop" plaats en die leverde toch ook weer enkele tientallen stukjes vuursteen op.

Het waren niet alleen kernstukken en afslagen, maar ook diverse werktuigjes zoals bijvoorbeeld krabbers. En het letterlijke en figuurlijke topstuk van deze dag was ongetwijfeld een heuse pijlpunt.

Alle door ons verzamelde gebruiksvoorwerpen en afvalstukken  zijn vermoedelijk  zo'n 11.000 jaar geleden op de zandrug achter gelaten door een groepje jagers-verzamelaars, dat daar toen kortere of langere tijd heeft gebivakkeerd.

Deze mensen leefden in vrij kleine familiegroepen en bezaten behalve een basiskamp een aantal jachtkampen waar men vermoedelijk volgens een vast patroon langs trok. Uiteraard zocht men voor deze tijdelijke verblijfplaatsen het liefst hogere plekken op. Niet alleen zat men dan "hoog en droog", maar men had dan ook een goed uitzicht over de omgeving, wat voor de jacht alleen maar gunstig was. Daar verbleef men dan een poosje om in de directe omtrek te jagen, te vissen en plantaardig voedsel te verzamelen. In zo'n bivak werd niet alleen de jachtbuit verwerkt, maar werden ongetwijfeld ook versleten of gebroken gebruiksvoorwerpen en wapens vervangen of hersteld. En dat leverde uiteraard steeds een flinke hoeveelheid vuursteenafval op dat bij het vertrek van de groep in en rond het kamp bleef liggen.

Door latere activiteiten, zoals het ploegen van het veld door vele generaties landbouwers,  is de zandrug afgeplat en zijn de artefacten gedeeltelijk over het terrein verspreid geraakt. Maar door het verzamelen en nauwkeurig noteren van de vindplaats van elk gevonden stukje is de locatie van het vroegere kamp  toch met vrij grote zekerheid vastgesteld.

De tijd  waaruit de vondsten dateren wordt in de archeologie aangeduid als de overgang van de Oude Steentijd naar de Midden Steentijd en kan gedateerd worden rond 8800 voor Chr. Er zijn in Nederland nog maar betrekkelijk weinig intacte vondstplekken uit deze periode aangetroffen.

14

1

3

4

7

8

9

10

11

12

13

6

5

Mark Zwartelé,

Werkgroep Archeologie Hulst