De echte speurtocht

Van het vliegtuig was slechts bekend dat het een bommenwerper was, in de buurt van Saeftinghe bij Paal was neergestort en dat – waarschijnlijk – alle slachtoffers (gesproken wordt over minstens vier) zijn geborgen. Maar waren er nog bommen aan boord?

Bij de Luchtmacht Luchtvaartgeschiedenis en de SGLO zijn er lijsten van de 7.000 incidenten in Nederland. Door de jaren heen is geprobeerd alle crashes in kaart te brengen, maar men is nog steeds niet compleet. Bij Paal in Saeftinghe komt niet voor in de lijsten.


Het stukje profiel met het bakeliet onderdeel bleek na onderzoek een zogenaamde ‘connectorbox’ te zijn van de radioapparatuur. De onderkant gaf een code weer met daarin het merk 1274-RO. RO is de code voor RADIO. De radio uitrusting werd pas geplaatst nadat het vliegtuig afgebouwd was. Aan de nummers was helaas niet het type vliegtuig af te leiden, laat staan het bouwnummer.


De nummers die op de onderdelen van het staartstuk werden gevonden, maakten duidelijk dat het een staartkoepel van een Lancaster betrof. Deze conclusie was overigens al getrokken bij de berging ervan.

Tijdens de oorlog zijn er 7.377 Lancasters gebouwd waarvan er meer dan 3.600 verloren zijn gegaan. Ons wrak in Saeftinghe moest dus een van deze 3.600 zijn. Het onderstuk van de staartkoepel bleek een Frazer Nash koepel te zijn, in dit geval in licentie vervaardigd door Boulton Paul, een bekende geschutskoepelbouwer.

Ook hier kwamen nummers te voorschijn doch helaas; staartkoepels werden niet door de vliegtuigbouwers geproduceerd maar door een toeleveringsbedrijf. De geschutskoepels werden als laatste aangevoerd en aan het afgebouwde toestel gemonteerd. Aan de geschutskoepel is geen nummer te vinden dat te verbinden is met het bouwnummer van het vliegtuig. Op een stukje vleugel werd een nummer met de code 17F gevonden: volgens de coderingen een Lancaster vleugel.


Een andere informatiebron vormen de archieven van de begraafplaatsen. In Zeeuws-Vlaanderen werden alle geallieerde gesneuvelden door de Duitsers vervoerd naar Vlissingen-Noorderbegraafplaats en aldaar ter aarde besteld. Tenminste vier en waarschijnlijk zeven van de inzittenden hadden de crash niet overleefd. Door de tweehonderd gesneuvelde vliegers in Vlissingen te koppelen aan hun vliegtuig bleek via eliminatie dat er in of bij het oostelijk deel van Oost Zeeuws-Vlaanderen geen Lancaster was neergestort waarvan de bemanning begraven lag op de Noorderbegraafplaats. Ook hier liepen we vast.




Jaap Geensen en Mark Zwartelé,

Werkgroep Archeologie Hulst

Een bommenwerper in Saeftinghe

De verkenning

Bij de bewoners van Paal was het altijd al bekend: in de laatste oorlog is daar in het water vlakbij de haven een bommenwerper neergestort. Het wrak zou er nog steeds liggen; in het Speelmansgat dus. Enkele oud-bewoners van Paal – met name de heren J.d’Haens en W.van Immerseel - waren in staat enige informatie te verschaffen om ons op weg te helpen. De precieze locatie, de datum, het type vliegtuig, de nationaliteit, bemanning, begraafplaats en zelfs het jaartal bleken onbekend. Een zoektocht langs de oostelijkeoever van het Speelmansgat bij extra laagwater leverde geen vliegtuigresten op.

In mei 2013 ondernamen we onder identieke omstandigheden nogmaals een zoektocht, nu langs de westelijkoever. Deze keer hadden we meer geluk.

We vonden stukjes zwaar gecorrodeerd metaal die mogelijk van een vliegtuig afkomstig waren. Verspreid aan de oppervlakte lagen enkele stukken van loden accuplaten. Een regelrechte hit was een metalen plaatje met daarop een bakelieten gietstuk. Hierop het Engelse kroontje en de letters A M. gevolgd door een referentie nummer 5C/430.

Er was geen twijfel meer mogelijk: A.M. staat voor Air Ministry, het Engelse luchtvaart ministerie (zie afbeelding).

Toen we op de terugweg de droge grond wilden opzoeken, zagen we iets ronds boven het slik uitsteken.Eerste conclusie: het staartstuk van een vliegtuig.


Vervolgstappen

In het Verdronken Land van Saeftinghe mag niet zomaar gespit of gegraven worden. Eventuele bodemvondsten dienen gemeld worden bij de Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland (SCEZ). Bovendien moet, in geval van vliegtuigresten, de Bergingsdienst van de Koninklijke Luchtmacht (BKL) worden ingeschakeld.

Na toestemming van de beheerder, de Stichting Het Zeeuwse Landschap werd besloten om de betreffende instanties in te seinen en te bezien of een nader onderzoek ter plekke mogelijk was. Een afspraak volgde met de heer Jongepier van de SCEZ en majoor Kappert van de BKL.

Ter plekke gekomen, was het onderdeel nog steeds zichtbaar. Om tweeërlei reden werd besloten het te bergen. De eerste reden was te voorkomen dat onbevoegde “schatgravers” er mee aan de haal zouden gaan. De tweede reden was dat het kon helpen bij de identificatie. Het uitgraven verliep voorspoedig. Het grote stuk werd meegegeven met de heer Jongepier voor tijdelijke opslag in het depot van de SCEZ. Enkele stukken waarop nummers vermoed werden, gingen mee naar de BKL.


De Duitse aanwezigheid in Zeeuws-Vlaanderen was als volgt geregeld: in Oostburg lag de 712 Infantrie Divisie met als oostgrens een lijn ten oosten van Terneuzen. Het gebied ten oosten en noorden van Hulst werd benoemd als “Verteidigungs Abschnitt Antwerpen West”. De verantwoordelijkheid lag bij I/Grenz Schütz Regiment Clüver met het hoofdkwartier in Hulst en de 14e Kompanie in Lamswaarde. Zij stonden rechtstreeks onder het bevel van “Antwerpen.”

Mogelijk waren de slachtoffers daarom naar Antwerpen getransporteerd? De belangrijke begraafplaats daar is: het Schoonselhof. Dank zij de heer Luc Vervoort kregen we inzage in het register van de 6.500 graven. Van de enkele honderden vliegers kon vlot worden vastgesteld waar ze neergestort waren. Er bleef een lijst over van acht Lancasters met meer dan drie begraven slachtoffers op het Schoonselhof.

Dit aantal kon worden teruggebracht tot één: bouwnummer LL720 van het 408 Squadron RCAF met de rompcode EQ-R. Het was bekend dat de Canadese bemanning was begraven in Fort 3 in Antwerpen. Bovendien was een van de bemanningsleden niet gelijktijdig geborgen  maar later aangespoeld bij “Paalen in Nederland”.  In 1946 zijn ze overgebracht naar het Schoonselhof. In het Antwerps archief “Felix”en het Rijksarchief te Beveren was niet bekend waar deze vliegers geborgen waren.


Ooggetuigen vertelden dat het toestel brandend naar beneden kwam. Dit wees op de activiteit van een ‘Nachtjager’. Theo Boiten, auteur van een standaardwerk over de Nachtjagd vertelde ons desgevraagd  “Ik heb voor deze kist een claim van Von Bonin, Westerschelde 12 km ten noorden van Hulst. De kist werd volgens claim van Oberst Leutnant Eckhart-Wilhelm Von Bonin om 05.43 uur neergehaald”.


Van de eerste gehoorde ooggetuige hadden we gehoord dat er ’s ochtends vier slachtoffers uit het wrak gehaald waren. Het opvallende was volgens hem dat bij een de naam “Bomb” lag.   Dat was door de Duitsers opgeschreven. Hij vond het een toepasselijke naam voor iemand in een bommenwerper. Vermoedelijk ging dat om de bommenrichter. Tussen de in Ottawa opgevraagde militaire gegevens van de bommenrichter J.R Bonneville bleek de originele Duitse grafkaart aanwezig te zijn. Daarop werd de plaats van berging aangegeven als: “Paalen, 15 km ten noorden van Hulst”.

Uit de communicatie van het Rode Kruis te Geneve bleek bovendien dat de vier uit de LL720 samen begraven waren op 24 februari 1944, bij het vliegveld Deurne (Fort 3). De andere drie bemanningsleden zijn niet op hetzelfde moment geborgen. Hiermee staat vast dat het bij Paal neergestorte vliegtuig inderdaad de Lancaster LL720 van het 408 Squadron van de Royal Canadian Air Force was.

De bemanning van de Lancaster bestond uit zeven man die allen gedood werden bij de crash:

Piloot: E.S.WINN  23j,  Navigator: J.R. LEAMAN , Bommenr. J.R. BONNEVILLE 23j.

Radio/schutter: R.H. WADE 26j. Boordschutter: E. DRAMNITZKI 22j.allenRCAF.

BWTK E.W.BOLT 24j  RAF en Boordschutter N.H.H.BROWN 21j. USAAF    


De Lancaster met rompcode EQ-R  was de avond tevoren opgestegen van de basis Linton-on-Ouse in de U.K. voor een bombardementsvlucht op Leipzig op19/20 februari 1944. Het toestel is brandend neergestort waarbij de zeven bemanningsleden om het leven kwamen.

Bij de foto's:

1. Lancaster bommenwerper uit WO2.

2. Graven in de Saeftinghe naar onderdelen van het toestel

3. Het onderste stuk van de staartkoepel.

4. De staartkoepel.

5. Een onderdeel van de radioapparatuur.

6. Inspectiestempel (29 = de inspecteur).

7. Graf van J.R. Leaman (navigator).

8. Embleem van Squadron 408.