I (1)


  V (5)


  X (10)


  L (50)


  C (100)


  D (500)


 M (1000)


Rekenpenningen

Met behulp van rekenpenningen konden op die lijnen getallen worden gelegd waarmee het rekenen vergemakkelijkt werd. Het getal 374 bijvoorbeeld kreeg men door drie penningen op de lijn van 100 (C) te leggen, een op de lijn van 50 (L), twee op de lijn van 10 (X) en vier op de lijn van 1 (l).


De rekenpenning deed aan het einde van de 13de eeuw zijn intrede in Frankrijk en ltalië. Vóór de 13de eeuw maakte men gebruik van kiezelsteentjes in plaats van rekenpenningen. Ons woord calcureren stamt van het Latijnse woord calculus, wat kiezelsteentje betekent.


De belangrijkste leverancier van rekenpenningen voor particuliere doeleinden, was de stad Neurenberg in Duitsland.


Aan het eind van de 16e eeuw ging men geleidelijk over op het rekenen met Arabische cijfers en raakte het gebruik van rekenpenningen als hulpmiddel bij het rekenen in onbruik.


Joris Kemper

Werkgroep Archeologie Hulst

Een manier die al uit de Romeinse tijd stamt, is het rekenen met een abacus of ook wel rekentafel genoemd. Het systeem is vergelijkbaar met een telraam. Op een tafel of een kleed werden lijnen of vakken uitgezet die overeen kwamen met de Romeinse cijfers l-V-X-L-C-D-M.