Workshop archeologie in Antwerpen

In het centrum van Antwerpen is het KOCA (Koninklijk Orthopedagogisch Centrum Antwerpen) gevestigd. Elk jaar is hier op de afdeling basisonderwijs voor dove – en slechthorende kinderen de week van de dovencultuur. De leerkrachten organiseren gedurende deze periode bezigheden op cultureel, maatschappelijk en creatief gebied. Eigenlijk kan elke activiteit geregeld worden. Juf Martine vroeg mij of ik een workshop kon geven over ARCHEOLOGIE. Het moest ongeveer een uur duren en ik mocht zelf weten hoe en wat ik de kinderen zou vertellen of laten doen.


Voorzichtig pakte ik in Hulst een aantal voorwerpen uit het rek, wikkelde deze in keukenpapier en stapelde ze in twee plastic kratten. Ik had in het klaslokaal de beschikking over een digibord, dus zette ik een presentatie in elkaar waarin het vak van archeoloog werd uitgelegd. Verder maakte ik aan de hand van de ingepakte voorwerpen een fotoblad. De plaatjes moesten uitgeknipt en in een boekje verwerkt worden. De basis van dit alles werd gevormd door de opgravingen aan de Bierkaai in Hulst. Op de rommelmarkt had ik een dertigtal borden, schalen, vazen, kopjes en bloempotten gekocht. Deze had ik met de hamer vakkundig in niet al te kleine stukken geslagen en per twee in een plastic zakje gedaan. Hiermee konden ze leren hoe je kapotte voorwerpen in elkaar puzzelt en plakt. In een workshop moet immers gewerkt worden.



Een TomTom is voor de binnenstad van Antwerpen een gouden uitvinding. Gratis parkeren lukte niet, maar voor 3 Euro kon ik de hele dag blijven staan. In welke stad vind je dat nog. Op een paar tafels werden alle voorwerpen uitgestald, zodat de kinderen deze goed konden bekijken. Even nog wat uitleg over het digibord en we konden beginnen.

Ondertussen was doventolk Sofie binnen gekomen en vroeg me om langzaam te praten en vooral korte zinnen te formuleren. Zij ging naast me staan om mijn verhaal om te zetten in gebarentaal. Toen iedereen binnen was deed ik mijn oranje hesje aan, zette mijn pet op en pakte schop en troffel. Het was heel stil. Je zag iedereen denken….”Wat gaat die in Godsnaam doen……”. Enkele van de uitgestalde voorwerpen werden besproken. Af en toe keek ik naar de tolk of ik niet te snel of te moeilijk vertelde, maar het ging prima. Tijdens de presentatie kon ik even zwijgen. De beelden waren enkel voorzien van teksten. Geluid had immers geen enkele zin. De pispot zorgde uiteraard voor de nodig hilariteit, ook al wist men in eerste instantie niet wat het precies was. Ik had ook een kanonskogel op tafel liggen en toen deze aan de beurt was mocht het kleinste jongetje hem even vasthouden om te voelen hoe zwaar hij was. Met een enorme dreun viel de kogel op de grond. Gelukkig niet op zijn tenen. Alleen de tolk en ik schrokken van de knal. Toen de kaakslee werd getoond mocht er geraden worden van welk dier deze kop was. Niet eenvoudig als je zoiets nog nooit eerder gezien hebt. De meesten dachten aan een hond, wel een grote natuurlijk.

Het puzzelen ging echt fantastisch. In groepjes van twee werden de zakjes op tafel leeggemaakt. Een van de twee hield de passende stukken tegen elkaar en de andere plakte alles vast. Sneller dan gedacht was iedereen klaar.

Als laatste moest het fotoblad worden verknipt en het boekje aandachtig gelezen om zo alle vakjes te vullen met de plaatjes.

Een uur was niet lang genoeg, maar dat vond de juf helemaal niet erg. Zodoende kon ze de volgende week verder gaan met deze knip- en plakopdracht.

Natuurlijk hadden de kinderen na afloop geen zin om meteen weg te gaan. Ze wilden alle potten, kannen en kogels vastpakken zodat ze het materiaal konden voelen. Ook moest er op de valreep nog even in de pispot geroken worden.


Bij de foto's:

1. Puzzelen in groepjes van twee of drie.

2. De knipplaat.

3. Sofie legt uit hoe sterk deze jongen is.

4. De pop op de kaakslee.

5. De knip- en plakopdrachten worden uitgevoerd.



Eddy Verschraegen

Werkgroep Archeologie Hulst