Vestinggracht Fort Eversdam blootgelegd

Datum: 29 januari 2015


Aanwezig:

Jeroen Loopik (archeoloog)

April Pijpelink (archeoloog)

Eddy Verschraegen (WAH)

Fred Verwaal (WAH)


De lieftallige RTL-weervrouw Amara Onwuka had niet veel goeds voorspeld voor donderdag 29 januari: Koude wind, regen, hagel of sneeuwbuien. En hoe mooi ze dat dan brengt. Op die dag zou er naar een van de grachten van Fort Eversdam worden gezocht. Dit in het kader van het archeologisch onderzoek als onderdeel van de verbreding van de Tractaatweg. Toen ik een beetje slaperig door de overgordijnen naar buiten gluurde zag het er allesbehalve slecht uit. Het winterzonnetje scheen en er was (nog) geen wolk te zien.

Omstreeks elf uur (na de koffie) parkeerde ik op de Eversdam en zag dat de graafmachine al draaide. Ze waren net begonnen aan een ongeveer 4 meter brede sleuf. Twee truien, een zeiljack, warme laarzen, handschoenen en onder mijn helm (VCA norm) nog een ijsmuts moesten me in de vlakke polder tegen de toch wel snijdende wind beschermen. Naast de kraanmachinist waren archeologen Jeroen Loopik en April Pijpelink aan het werk. Na twintig minuten stuitten we op drie draineerbuizen. Even werd het graven stilgelegd en de nodige telefoontjes naar ADC ArcheoProjecten gepleegd. Als laatste werd boer Coen van Waes op de hoogte gesteld en om toestemming gevraagd om de buizen door te zagen. Hij had geen bezwaar. Laagje voor laagje werd de sleuf dieper en dieper. Aan de zijkant tekenden zich al gauw donkere strepen af, maar het was natuurlijk nog te vroeg om daaruit conclusies te trekken. Met verkleumde handen toch maar een paar foto’s genomen. Boer van Waes kwam ook even kijken hoe het met zijn land gesteld was. De buizen mochten wat hem betreft weggegooid worden. Vanwege het verzakken had het geen enkele zin om ze terug te leggen.

Om half een ben ik naar huis gereden om wat te eten en weer op temperatuur te komen. Na een dik uur was ik terug. De sleuf had toen een diepte van twee en een halve meter en was al meer dan vijftien meter lang. Je zag nu duidelijk (aan beide zijkanten) hoe de bodemlagen gevormd waren. Ook was te zien dat er een afvalput(je) was doorsneden. De voorwerpen die hier begraven lagen waren echter niet zo oud; twintigste eeuw werd er geschat. Scherven van Maastrichts aardewerk, metaal met schroefdraad en bierflessen met beugelsluiting van brouwerij Van Tilt uit Leuven.

Toen de sleuf vijfentwintig meter lang en aan de zijkanten mooi recht was afgestoken kon je duidelijk de contouren van de vestinggracht zien. Het gaat hier om de gracht die van west naar oost liep, aan de noordzijde van fort Eversdam. Bovendien kwam er nog een ongeveer even diepe geul te voorschijn die parallel liep aan de gracht. Deze was zo te zien later ontstaan bij een overstroming of een inundatie. We zitten immers vlak bij de Zwartenhoekse zeesluis en het fort lag midden in een gebied met schorren en slikken.

Ondertussen was ook Fred gearriveerd. In de diepe sleuf was het behaaglijk. Geen wind en het zonnetje kwam af en toe tevoorschijn. De tekentafel werd op de bodem geplaatst en de hele zijkant werd nauwkeurig gemeten en met potlood op papier gezet.

De kraanmachinist was ondertussen begonnen om veertig meter naar het noorden een andere sleuf dicht te gooien. Deze was al eerder gegraven en liet op geringe diepte het dekzand zien met daar bovenop de later gevormde kleilagen.

Omstreeks vier uur zat het werk er op voor ons en zijn we naar huis gereden. Mijn verkleumde ledematen en spieren konden wel een lekker warm bad gebruiken. Toen ik wakker werd had Amara Onwuka toch nog gelijk gekregen: Het zou die dag koud en nat worden.


Eddy Verschraegen, Werkgroep Archeologie Hulst

Bij de foto’s:

1. Kaart van het gebied tussen Axel en Sas van Gent

    met voormalig Fort Eversdam.

2. Overleg en telefoontjes na het vinden van de

    Draineerbuizen.

3. Afval uit latere tijd.

4. De vestinggracht wordt duidelijk zichtbaar.

5. Het in kaart brengen van de gracht.

6. De eerder gegraven sleuf met dekzandlaag.