Taatspot

De eerste aanzet tot de oplossing van “het raadsel” werd gegeven door Saeftinghegids Walter Poppe. Hij wist te vertellen dat hij zoiets ( maar dan in groter formaat ) had gezien in de schuur van een oude boerderij in de Ardennen. Het betrof  een soortgelijk gat in een stuk steen waar een ijzeren pen in zat die bevestigd was aan de staldeur  en die daardoor twee kanten op  kon draaien.

Om helemaal zeker te zijn werd de gevonden steen naar Erfpunt Zeeland in Middelburg gebracht. Dhr. Hans Jongepier kon ons na het raadplegen van een lid van de Monumentenwacht melden dat de genoemde gids het bij het rechte eind had gehad. Het betrof een z.g. taatspot.


Onlangs werd aan de noordrand van het Verdronken Land een stuk natuursteen gevonden met daarin een keurige ronde uitholling. Na enkele omzwervingen kwam het object uiteindelijk bij de “Werkgroep Archeologie Hulst” terecht. De grote vraag was natuurlijk waar het ding voor gediend had, want dat het gat in de steen niet natuurlijk was maar een functie had gehad was overduidelijk.


Een taats is een ijzeren of stalen pen onder en bovenaan een deur of luik  die draait in een holte in bv. een stuk natuursteen. Ze worden vaak aangetroffen in schuren, maar ook in molens. Zo bevindt er zich een taats onderaan de koningsspil. Dit is de hoofdspil die van de kop van de molen verticaal naar beneden loopt en dient voor de overbrenging van de beweging van de wieken op  de werktuigen van de molen. De holte waar de taats in draait – de taatspot dus- werd vroeger gevuld met raapolie, tegenwoordig met een eigentijds smeermiddel.

De  gevonden taatspot is te klein om bij een  koningspil te hebben gehoord. Eerder moet gedacht worden aan een deur of luik in een schuur of stal. Maar het is in elk geval een relict uit de tijd dat het Saeftinghe nog bewoond gebied was.