Spinsteentjes

Handspinnen was een belangrijke middeleeuwse nijverheid, waarbij plantaardige vezels of wol werd verwerkt tot een draad.

De spindel, of spintol, bestond uit een spinsteentje en een stokje van ongeveer 30 cm lengte, welke aan één zijde, net boven het midden, een verdikking vertoonde. Door de taps toelopende opening in het spinsteentje, kon deze klem worden geschoven op de verdikking van het spinstokje. Het begin van de draad kon aan de bovenzijde van het stokje worden vastgezet aan een daar bevestigd stukje wol of vlas. Met duim en wijsvinger kon vervolgens het stokje tot rotatie worden gebracht, waarbij het spinsteentje diende als vliegwiel.

Van het te spinnen materiaal werd tijdens het ronddraaien van het stokje kleine plukjes losgemaakt en de aldus gesponnen draad werd op de spindel gerold. Daarna werd de beweging herhaald. Het was wel de bedoeling om een mooie draad te maken die overal dezelfde dikte had. Hoe langer men de pluk wol uittrok hoe dunner de draad werd. Dit werd gedaan naar gelang men de dikte van de draad wenste.

Spinsteentjes variëren van materiaal, grootte, dikte en vorm. Het handspinnen is in de Nederlanden in de loop van de 17e eeuw verdrongen door de introductie van het houten spinnewiel.


Mark Zwartelé

Werkgroep Archeologie Hulst

Klik op het fotootje hiernaast om een YouTube filmpje te bekijken. Hierop kun je zien (en eventueel leren) hoe je op de Middeleeuwse manier kunt spinnen. Het steentje is vervangen door een houten schijfje, maar dat maakt in principe geen verschil.

Klik