Lang nadat de opgraving voorbij is en we de opening van de nieuwe Bierkaai achter ons gelaten hebben, worden nog steeds mooie vondsten gedaan op het zogenaamde stort.

Zo werd door iemand van de Werkgroep Archeologie Hulst deze tinnen brandewijnkom gevonden.

Voor het drinken van sterke drank goten de tinnegieters in de 17de eeuw een z.g. oorlam, een tinnen of blikken bekertje, in Groningen ook wel een nippertje genoemd.

Ze hebben de vorm van een conisch bekertje, nu eens slank, vrij hoog en met een standring, dan weer kort en zonder standring.

De meest bekende kom uit deze periode is ongetwijfeld de brandewijnkom, ook wel oorkom of papkom genoemd.


Brandewijnkommen werden gebruikt bij belangrijke gebeurtenissen, zoals de aankondiging van een geboorte, geboorten zelf, huwelijken en huwelijksjubilea, maar ze werden ook gebruikt bij verjaardagen, kerkelijke feestdagen en op nieuwjaarsdag.

De gastheer bracht een heildronk uit, waarna de kom rondging langs de gasten.

Welke sterke drank er uit gedronken werd is nog een onderwerp van discussie.

Brandewijn zal er zeker in geserveerd zijn , maar bij sommige families werden er in brandewijn gewelde rozijnen uit de kom gelepeld.

Bij rijke families waren de brandewijnkommen van zilver gemaakt.

De tinnen kom uit de oude Bierkaai komt waarschijnlijk uit de zogenaamde middenklasse, want de gewone man kon zich zoiets niet veroorloven.

De meeste tinnen brandewijnkommen die in de verzamelingen aanwezig zijn stammen uit de 19de eeuw. De oren van deze kommen zijn bewerkt of uitgezaagd.

Ook zie je vaak dat in de bodem een fraai uitgevoerde rozet gegoten is.

Verder zie je verschillen in de vorm; brandewijnkommen uit Groningen zijn meestal groter en dieper en voorzien van mooie geornamenteerde oren.

Deze kenmerken zijn niet aanwezig bij de brandewijnkom uit de oude Bierkaai.

De kom heeft een bolvormige verhoging ( umbo ) van het bodemvlak en is verder zeer sober uitgevoerd ( zie foto’s ). De hoogte bedraagt 40 mm , de diameter 160 mm ( zonder de oren ) en de diameter van de bodem is 90 mm.

De oren ( helaas is 1 oor afgebroken ) zijn klaverbladvormig en volledig dicht uitgevoerd, slechts voorzien van 1 gat dat nodig was om de kom ergens te kunnen ophangen.


Opmerkelijk is de aanwezigheid van goudpatina, die we al eerder zagen bij de tinnen lepels uit de oude Bierkaai, zeer fraai!

Al deze kenmerken zijn typisch voor de eerste helft van de 17de eeuw.

Brandewijnkommen uit deze periode zijn zeer zeldzaam en zo goed als onvindbaar uit overleving tin.

Als er eentje tevoorschijn komt is dat vrijwel altijd een bodemvondst zoals deze.

Helaas draagt deze kom geen merken, het was de gewoonte om te merken op de oren; ook was het in deze periode verplicht om het stadswapen plus het meesterteken van de tinnegieter aan te brengen. Het is dus mogelijk dat de merken zich bevonden op het afgebroken oor.

Het is ook mogelijk dat het hier om een voorwerp gaat dat niet volgens de regels van de kunst gemerkt is, wat tijdens de Tachtigjarige oorlog veelvuldig gebeurde.

De kom kan ook gemaakt zijn door een plaatselijke gieter en daarom merkloos gebleven is.

Het zal wel altijd een mysterie blijven.


  

Freddy van Puymbrouck

Werkgroep Archeologie Hulst


Literatuur:

Rijen, J.P.W.H.A. van. Groninger Keur- Zilver uit stad en Ommelanden, Groningen 1997

Dubbe, B. Tin en tinnegieters in Nederland. Lochem 1978.


Bij de foto's:

1. Brandewijnkom bovenaanzicht (Bierkaai, Hulst)

2. Brandewijnkom onderkant (Bierkaai, Hulst)

Tin uit de oude Bierkaai (deel 3)