Gilde der touwslagers

Een gilde of ambacht was in grote delen van Europa in de tijd vóór de Franse Revolutie een belangenorganisatie van en voor personen met hetzelfde beroep.


In een gilde werd kennis en ervaring uitgewisseld. Nieuwe gildeleden werden opgeleid in het vak. Na een gedegen opleiding kon een leerling erkend worden als vakman met de titel gezel en uiteindelijk de titel meester verkrijgen na het doen van de gilde- of meesterproef. Het gilde behartigde de belangen van de gildeleden en beschermde hen. Vaak had een gilde het alleenrecht op het uitoefenen van het vak, wat leidde tot de zekerheid van kwaliteit van het werk met een keurmerk, soms zelfs tot een monopolie in de handel.


In de Rooms-Katholieke tijd had een gilde vaak een heilige als schutspatroon, voor de timmerlieden bijvoorbeeld was dat Sint-Jozef. Gilden kregen tegen betaling een altaar in de parochiekerken, het zogenaamde gilde-altaar, gewijd aan de patroonheilige.


In sommige gebieden zorgden de gilden ook voor rechtspraak. In onder andere Antwerpen handelden de gilden handelsconflicten af. In Londen was de rechterlijke macht nog uitgebreider: hier werden ook veel familiekwesties door de gilden afgehandeld.


In Nederland werden de gilden in 1808 definitief afgeschaft door Napoleons broer Lodewijk Napoleon.


In een boek over bedrijfstakken uit 1262 waren meer dan 100 verschillende ambachten opgenomen, die elk hun eigen vereniging of gilde hadden. Deze gilden namen in de tijd gestaag toe. Hun belangrijkste doel: controle over de sector voor hun leden. Ze stelden prijzen en kwaliteitsnormen vast en steunden leden wie het slecht ging uit een gemeenschappelijke kas.


De gilden werden na verloop van tijd rijk en machtig. Ze bouwden gildenhuizen als een soort verenigingsgebouw, hielden optochten en en speelden vaak een belangrijke rol in stadszaken.

Aanvankelijk waren dat houten huizen, maar in de late Middeleeuwen verrezen er prachtige stenen gebouwen die getuigen van de enorme rijkdom en macht van deze gilden. Elk gilde had zijn eigen onderkomen. Voorbeelden hiervan vinden we o.a. in Brussel, Antwerpen en Gent.

Gildenhuizen aan de Graslei in Gent

Gildenhuizen op de Markt in Antwerpen

Aan de slag:

We gaan touw twijnen, een bezigheid van het Gilde der touwslagers.

1. Neem een stuk touw van ongeveer 2 meter. Het getwijnde touw wordt dan een kwart van 200 cm= 50 cm.


2. Doe het touw om een van de 4 rechtopstaande beugels en trek het touw strak, waarbij je ervoor zorgt dat het touw aan beide kanten even lang is.


3. Pak beide uiteinden. Houd het touw start en begin met het opwinden van de draad. Steeds dezelfde kant opdraaien. Hoe strakker je het touw opwindt, hoe mooier het uiteindelijke resultaat.


4. Als het touw strak opgewonden is, neem je een gewicht en hang dat op de helft van het touw. Zorg er steeds voor dat het touw strak blijft.


5. Breng nu beide helften bij elkaar, waarbij het gewicht in het midden blijft en ronddraait en zo het touw laat vlechten.


6. Als het touw mooi gevlochten is, neem je het gewicht eraf. Neem nu een plakbandje en doe dit om de losse uiteinden van het getwijnde touw.


7. Je hebt nu een getwijnde kabel, die veel sterker is dan het oorspronkelijke touw.


Touwslager aan het werk

Elk beroep zijn eigen groep